Hoe krijgen we onze senioren kalm? Een oproep aan jonge en toekomstige artsen

DOOR TOON BAERT. Rivotril, Temesta, Valium, Xanax en zolpidem: dat de benzodiazepinen, de kalmeermiddeltjes op voorschrift, niet in populariteit gedaald zijn sinds hun ontdekking in de jaren 50, bewijzen zelfs popidooltjes als Justin Bieber. Tot 20% van onze senioren slikt ze. Als toekomstig arts en vrijwilliger in een woon- en zorgcentrum voor bejaarden in Leuven, ben ik met verstomming geslagen hoe artsen langdurig en zonder juiste indicatiestelling deze verslavende kalmeermiddelen blijven voorschrijven, en van de omvang van dit maatschappelijk probleem.

Geschreven door Toon Baert,  masterstudent geneeskunde. Hij tweet via @t_baert.

Toon-BaertI used to care, now I take a pill for that.”

De discussie rond benzodiazepinen is allerminst nieuw. Al meer dan 30 jaar wordt hun plaats in de behandeling van slapeloosheid en angst expliciet betwist. Toch vormen deze tranquillizers, samen met de antidepressiva en antipsychotica, de meest voorgeschreven medicatiegroep in de Belgische woon- en zorgcentra. Studies rond psychofarmacagebruik in onze rusthuizen zijn ronduit pijnlijk: maar liefst – o brave new world – 79% van de bewoners gebruikt een psychofarmacon.1

Medici spreken wat paradoxaal van sedativa en anxiolytica. Op minder dan een half uur verlies je even je zorgen, formidabel in feite. Op langere termijn echter, leiden ze vaak net tot toename van slapeloosheid en angst, het zgn. rebound effect. En hier stopt de ironie helaas niet. Tolerantie (steeds meer nodig hebben voor hetzelfde effect) en afhankelijkheid treden al op na één tot twee weken. Door hun remmende werking op het centraal zenuwstelsel komen ook geheugen- en concentratiestoornissen, verwardheid, duizeligheid (met verhoogd risico op valpartijen) en emotionele afvlakking voor.2 Vandaar het zure grapje: “I used to care, but now I take a pill for that.  Terwijl de voordelen dus al stoppen na een week of twee, treedt er voor de nevenwerkingen helaas géén gewenning op. En ouderen zijn er bovendien gevoeliger voor. Om nog maar te zwijgen over de moeizame, niet altijd risicoloze ontwenning. Allemaal prima dus om het mentaal verouderingsproces nog een duwtje te geven.

Richtlijn vs. dagelijkse realiteit

Het advies uit het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium2, het groene boekje voor artsen en apothekers, is nochtans klaar en duidelijk. Slapeloosheid en angst dienen steeds zo goed mogelijk oorzakelijk aangepakt te worden. Daarna gaat men voor de niet-medicamenteuze aanpak: verbeteren van de slaaphygiëne, relaxatie en eventueel gedragstherapie. Voor slapeloosheid stelt men: 2

[…] Indien toch een hypnoticum voorgeschreven wordt, gebruikt men het waar mogelijk slechts gedurende enkele dagen. Gezien hun ongunstige risico-batenverhouding hebben de benzodiazepines slechts een zeer beperkte plaats in de aanpak van slapeloosheid bij ouderen.

In een tijdperk waarin we de mond vol hebben van evidence-based practice en guidelines, lijkt het dus toch nog mogelijk deze richtlijnen gewoon te negeren. Liever geeft men rap toe aan de vraag: Hebt u voor mij geen pilletje, dokter?”Na een aantal maanden wordt de dosis noodzakelijkerwijze opgedreven en niet meer omgekeken naar het nieuwe probleem: een patiënt die niet meer zonder kan. Te weinig tracht men deze middelen af te bouwen, ondanks de beschikbaarheid van valabele afbouwschema’s, en de notie dat de meeste personen zich beter voelen nadat ze gestopt zijn.3 Het is volgens mij dan ook de verantwoordelijkheid van de arts wil hij later niet slechts als drug dealer dienen.

Active ageing?

Ik verstop niet dat ik een grondige afkeer heb ontwikkeld voor deze middelen en de gevolgen die zij meebrengen op termijn, die ook enkele van mijn dierbaren treffen. Meer nog hekel ik de nalatigheid en gemakzucht van sommige artsen, die dit jarenlang onbezonnen blijven voorschrijven. Ik besef zeer goed dat de aanpak van deze klachten bij geestelijk verzwakte personen geen sinecure is. Een grote groep gebruikers beschikken evenwel nog over een normale cognitieve capaciteit en een flinke dosis levenslust. Dat deze personen bij een korte moeilijke periode doelloos op benzo’s gezet worden, lijkt mij niet bepaald de juiste praktijk.

Men kan kibbelen over de zelfbeschikking en verantwoordelijkheid van de patiënt in dit verhaal. Maar eenmaal afhankelijk, is daarmee snel de kous af. Ik zie voor deze aanpak immers weinig plaats binnen een sociaal beleid dat meer maatschappelijke participatie van onze senioren beoogt, volgens het spraakmakende active ageing-model van de WHO.4

Een nieuwe mentaliteit

Een oplossing zal zich spoedig moeten aanbieden in het vergrijzend klimaat. Zoeken we die hoopvol in farmaceutische vorm, in de ontwikkeling van nieuwe moleculen met een gunstiger werkingsprofiel? Onderzoek naar betere middelen is cruciaal, maar laat ons steeds bedachtzaam zijn voor een wederkerend vals optimisme, waarmee enkel en alleen de farmaceutische industrie gediend is.

Ik pleit dan ook eerder voor een grondige mentaliteitsverandering. Er is dringend nood aan een generatie zorgenden die in deze problematiek een andere houding aanneemt. Een generatie die de tijd en moed neemt te luisteren naar hun patiënt, die oorzaken bloot durft leggen, die adviezen geeft voor een betere slaaphygiëne en de patiënt gerust stelt. Verandering van ons slaappatroon hoort nu eenmaal bij een dagje ouder worden. 5

Bovendien horen ernstige slaap- en angststoornissen behandeld te worden door een psycholoog, ook bij ouderen.2 De vakliteratuur is éénduidig: psychotherapie is doeltreffender op de lange termijn, en heeft – voor zover ik weet – géén nevenwerkingen. Uitgaande van ons terugbetalingssysteem lijkt het voorlopig nog even wachten op een implementatie van dit gezond verstand.

Laat ons in de tussentijd toch maar hoopvol en een beetje idealistisch zijn, zodat wij, hulpverleners van morgen, een basis kunnen vormen voor een rationeler en vooral menselijker model.

REFERENTIES

1 Vander Stichele R, Van de Voorde C, Elseviers M, Verrue C, Soenen K, Smet M, et al., Geneesmiddelengebruik in Belgische rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen, KCE, 2006.
2 Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium, editie 2013, BCFI
3 Folia Farmacotherapeutica 29, oktober 2002, BCFI
4 http://www.who.int/ageing/active_ageing/en/
5 http://healthysleep.med.harvard.edu/healthy/science/variations/changes-in-sleep-with-age

bejaarden-medicijnen-shutterstock


  1. Een noodzakelijk en sterk menselijk-medisch pleidooi! Want ook wij zijn de senioren van morgen, die graag ernstig genomen worden met onze angsten en vragen.

    M.i. moet dit ook aangevuld worden met een pleidooi voor vorming en bewustmaking bij zorgend en medisch personeel. Als stagair-pastor in een RVT en AZ merkte ik hoe ouderen enerzijds snel een label ‘lastig, depressief, angstig’ opgeplakt werden maar anderzijds hoe de zorg voor ouderen die lijden onder angst, depressie of andere psychologische aandoeningen anderzijds ook zwaar kan wegen op verzorgenden. Zeker als het om een complex beeld van dementie & depressie/angst gaat.

    Er is al een stuk weg afgelegd om depressie en angst bij ouderen te (h)erkennen, maar er is nog een belangrijke weg te gaan om te werken rond behandeling, opvang en omkadering. En dit zowel voor ouderen als voor verzorgenden en medisch personeel.

  2. mooie blog! als ziekenhuisapotheker kan ik dit ook beamen. Wij trachten in samenwerking met de behandelende geriaters tijdens de opnames systematisch deze middelen af te bouwen en op de patiënt in te spreken over de nadelige gevolgen/effecten. Niet gemakkelijk (want dokter, ‘ik neem toch maar een heel klein pilleke’? en ‘anders slaap ik niet’ of ‘dat neem ik al 20 jaar en ik heb daar niets van gemerkt’), en bovendien is het raden wat er in de thuissituatie/RVT mee gedaan wordt. Vaak zien we ook dat door deze polyfarmacie er ook onderbehandeling is van aandoeningen waarvoor deze populatie wél in aanmerking komt. Mentaliteitswijziging is inderdaad dé sleutelfactor, ik hoop dat er meer en meer artsen onze visie zullen delen in de toekomst.

  3. Heel mooi pleidooi, dat meen ik oprecht.
    Al moet ik enig cynisme onderdrukken, wetende dat een meerderheid onder artsen voor neoliberale ideologieën pleit en daardoor ook een paradoxaal effect creëert als het over doordravende bezuinigingen gaat. Omkadering, personeelsbezetting, individuele tijd per bewoner ter compensatie van het ontbreken van (tijdelijk) oplappende farmacologie gaan volledig onderuit… Mentaliteitswijziging vraagt in ruimere zin vooral middelen, tijd en geld. Het voorschrift van een specialist is maar een tandwiel… Niet de kracht verandering.
    Veel succes!


Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s