Links, rechts en averechts: een pleidooi voor dialoog in tijden van polarisatie

DOOR PRISCILLA VAN EVEN. Sommige academici reageerden fel en verontwaardigd op de openingstoespraak van rector Luc Sels. In deze blog laat Priscilla Van Even haar licht schijnen op de zaden van polarisatie en pleit ze voor een sterke focus op dialoog en openheid in tijden waarin die polarisatie hoogtij viert. Daarnaast waarschuwt ze ook voor het gevaar van de censuurpolitiek die zowel aan de waarden van de wetenschap als aan onze grondwet klappen uitdeelt.

Geschreven door Priscilla Van Even, onderzoeker bij het Meaningful Interactions Lab (Mintlab). Ze werkt aan het ParCos project dat zich richt op de verbetering van wetenschapscommunicatie.
In zijn openingsrede sprak rector Luc Sels over academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting, met een open uitnodiging tot bijdragen en discussie over deze thematiek in de loop van het academiejaar 2021-2022.
Priscilla Van Even

Op 27 september opende rector Luc Sels het academiejaar met een toespraak over ‘Academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting’. Hij kaartte voornamelijk het probleem aan van zelfcensuur en terughoudendheid van academici in de publieke ruimte. Academici moeten ruimte hebben om kleur te bekennen en zelfs om een activistische rol op te nemen. Een pluraliteit aan stemmen is nodig voor een goed debat. Daarbij werd aangehaald dat de ‘woke’-beweging (bewustwording van racisme, discriminatie en ongelijkheid) waardevol is, maar dat deze ook niet tot extremen mag leiden. Deze toespraak heeft tot heel wat reacties en ontevredenheid binnen en buiten de universiteit geleid. Er verschenen tal van opiniestukken en krantenkoppen zoals: “Rechtse trollen zijn gevaarlijker dan woke”, “Beste Luc Sels, zou het kunnen dat rechts het cancelen beter onder de knie heeft dan links?”, “Zet de woke-beweging de academische wereld onder druk?”.

De oproep naar tolerantie, respect en pluraliteit mondde uit in een discussie over linkse en rechtse ideologie. Het bleek voor een aantal academici niet zo moeilijk te zijn om hun mening in de publieke ruimte te uiten. Dat is misschien geen vreemd gegeven aangezien de rector in diezelfde toespraak had aangehaald dat academici recht moeten hebben om hun wetenschappelijke neutraliteit opzij te zetten in en buiten de academie.

In dit korte opiniestuk ga ik niet dieper in op de vraag of het al dan niet wenselijk is dat professoren “hun ideologische voorkeur laten doorschemeren in wat ze doen, zeggen en doceren” (Luc Sels). Al merk ik wel graag op dat we zeker de vraag moeten stellen of de wetenschapper niet op zijn minst in de academische ruimte een neutraliteit dient na te streven. Wel wil ik dieper ingaan op de felle, verontwaardigde reacties van sommige academici in (en buiten) de media. Deze reacties waren niet gericht op de spanning tussen ideologie en wetenschappelijke neutraliteit, maar wel op het soort van ideologie dat in de academie en publieke ruimte aanwezig mag /moet zijn. Ze waren eveneens een uiting van ongenoegen rondom de kritische bedenking van de rector m.b.t. agressiviteit en extremisme binnen de woke-beweging en cancelcultuur. Hoewel zijn bedenking met een zekere voorzichtigheid aan bod was gekomen, volgde er een reeks van terechtwijzingen waarbij er vooral werd ingegaan op hoe gevaarlijk, agressief en intolerant de ‘rechtse’ ideologie op sociale media is.

Waarom resulteerde deze bedenking in een vingerwijzen naar ‘rechts’ en ‘sociale media’ zonder enige aanzet tot reflectie? Reflectie betekent immers dat men in de eerste plaats naar binnen blikt en niet naar buiten. Hoewel de rector in diezelfde toespraak het probleem van polarisatie en extremisme via (sociale) media ter sprake bracht, werd daar weinig aandacht aan besteed in de daaropvolgende reacties. Ik zou zelfs durven stellen dat het op zijn beurt tot polarisatie leidde tussen de ‘linkse’ en ‘rechts’ ideologie. De zaden voor polarisatie hoeven we dan ook niet enkel op (sociale) media te zoeken en bekampen.

Ook in het academische discours vinden we extreme, ongenuanceerde en polariserende terminologie en denkwijzen terug. Daar wordt zeer weinig aandacht aan besteed. Denk maar aan begrippen zoals ‘antivaxers’, ‘extreemrechtsen’ en ‘klimaat ontkenners’ wat aanzet tot een maatschappelijke polarisering. Wie onder die noemer van antivaxers, extreemrechtsen en klimaat ontkenners valt, is mij bovendien niet geheel duidelijk en daar huist een zeer groot gevaar in, namelijk: iedereen die het ‘oneens’ is en als ‘averechts’ wordt aanzien, kan daarin belanden. Dergelijke ongenuanceerde begrippen creëren een ‘tegenkamp’ waarbij een zekere uniformiteit wordt opgelegd (geïmpliceerd). Hoe kan men een dialoog aangaan met andersdenkenden wanneer we dergelijke begrippen in ons gangbaar discours hanteren en daar bovendien heel wat negatieve labels aan toebedelen zoals: onwetend, gevaarlijk, naïef, onwelwillend, etc.? De rector spreekt over het gevaar van de aantrekking van gelijkgestemden om het eigen standpunt te versterken. Wie zich niet “aan-sluit” gaat men “uit-sluiten”. Helaas zondigen ook tal van academici hiertegen en is onze huidige academische cultuur hier niet van gevrijwaard.  

Komt het er dan op neer dat die polarisatie enkel mag plaatsvinden met betrekking tot bepaalde topics zoals vaccinatie of als een reactie op bepaalde ideologieën omdat enkel daar een écht gevaar in zit? De rector had aangehaald dat overal gevaarlijke fracties van extremisme kunnen ontstaan. Geschiedkundig valt deze stelling goed te staven: dictoriaal communisme is niet minder angstaanjagend als dictoriaal fascisme. De zeer uitgesproken (een veel diplomatischere verwoording dan ‘extreem’) ‘linkse’ en ‘rechtse’ zuilen, die elkaar heel wat onbegrip verwijten, hebben best wel een aantal gedeelde karakteristieken als je in de vuurlinie staat. Tegenwoordig kan je bijna geen vraagtekens meer plaatsen zonder aan een kamp toegewezen te worden. Je bent voor of tegen en als je voor of tegen bent, dan hangen daar ook nog heel wat labels en associaties aan vast. Hoe kan je tegen polarisatie ingaan als je dezelfde eenzijdige terminologie hanteert en de wereld in zwart op wit bekijkt? Deze labels creëren een vals soort van uniformiteit dat soms op het karikaturale afstevent. Vermoeiende en onuitputtelijke polarisering vind ik dat…

De toespraak heeft spijtig genoeg weinig aanzet gegeven tot het zoeken naar een dialoog. Misschien hebben bepaalde woordkeuzes in de toespraak zoals ‘debat aangaan’ hier ook een bijdrage toe geleverd. Debatteren is immers een discussievorm en iets heel anders dan het aangaan van een dialoog, een uitwisseling, om zo samen te kunnen leven in eenzelfde wereld zonder hetzelfde te moeten denken. Misschien schrijf ik deze blogpost wel uit een verlangen naar matigheid en verdraagzaamheid. Het klinkt best kinderlijk als ik het lees, maar dat maakt het niet minder oprecht. Ook heb ik al van heel wat ‘stille’ collega’s gehoord dat zij met net eenzelfde verlangen zitten. Zij maken zich ook best wel zorgen om die opdeling tussen ‘linkse’ en ‘rechtse’ ideologie (en de bijbehorende associaties en labels) of om in een ‘pro’ of ‘contra’ kamp geplaatst te worden m.b.t. bepaalde omstreden topics. Deze collega’s zijn wel bereid om gesprekken en dialogen aan te gaan met zij die anders denken en niet als gelijkgezind beschouwd kunnen worden. Zij uiten dit verlangen niet openlijk, maar wel in persoonlijke gesprekken. Deze collega’s zijn niet stil in de publieke of academische ruimte omwille van zelfcensuur, maar zij nemen een stilzwijgende houding aan omdat zij in deze polarisatie geen interesse hebben. Zij ervaren niet de behoefte om gewoon ‘gelijk’ te krijgen in wat zij al denken. Ook hebben ze niet de nood om anderen te gaan overtuigen van hun ideologie. Zij zijn bereid om hun eigen gedachtegoed in vraag te stellen en te luisteren naar ‘averechtsen’. Zoiets wordt ook wel kritisch denken genoemd: niet alleen kritiek geven naar buiten toe, maar ook vragen stellen naar binnen toe.

Wanneer er sprake is van een echte openheid in een gesprek zou je wel eens kunnen ontdekken dat deze gecategoriseerde niet-gelijkgezinde gesprekpartner ook een mens is met soms net dezelfde angsten en waarden maar op een andere manier ingevuld. Spreken en schrijven is een talent, maar luisteren en lezen evenzeer. Binnen de academie wordt er vaak van uitgegaan dat ‘ontkenners’ onwelwillendheid vertonen en dat er geen gesprek mee te voeren valt. Misschien kan het geen kwaad om er echter bij stil te staan dat ondanks al het activisme rond gelijkheid en inclusiviteit, men in zulke gevallen ervoor kiest om dominant en moraliserend te reageren. Een ware conversatie kan nooit plaatsvinden als je start vanuit het idee dat je moreel gezien superieur bent. Het enige dat dan nog rest is om die ander te overtuigen van zijn ongelijk of, in het slechtste geval, te negeren. Zodoende grijpt men zelf naar die middelen die men ideologisch verafschuwt, maar waarvan men blijkbaar vindt dat ze gerechtvaardigd zijn. Gerechtvaardigd omdat het andere ‘kamp’ eenvoudig weg verkeerd is. Toch? Vertrekken vanuit een noodzaak om te overtuigen getuigt niet van ‘welwillendheid’, en maakt elke vorm van gesprek vrijwel onmogelijk. Ook als dat in naam van de wetenschap gebeurt.

En dan ook nog…

In de toespraak van de rector waren er heel wat interessante zaken aan- en afwezig. Opvallend was dat de rector over zelfcensuur sprak, maar met geen woord heeft gerept over de huidige censuurpolitiek op (sociale) media. Een censuur die niet alleen vrije meningsuiting, maar eveneens de academische vrijheid het voorbije jaar gereguleerd heeft. Deze censuurpolitiek heeft niet alleen ernstige klappen aan de waarden van onze wetenschap toebedeeld, maar eveneens aan onze grondwet. Een censuurpolitiek die wordt uitgevoerd in naam van de wetenschap, maar geleid wordt vanuit politiek en media. Tal van wetenschappers zijn het voorbije jaar hier slachtoffer van geworden. Sam Brokken is hier een sprekend voorbeeld van.

Hoewel deze censuur niet vermeld werd in de toespraak van de rector en geen belangstelling kreeg in zowel onze media als de academie, is het mij opgevallen dat dit wel een gespreksonderwerp was en is in de publieke ruimte. Het is niet alleen leerrijk, maar zeker ook belangrijk om onze aandacht te vestigen op die zaken waar men niet over spreekt. Gehoor geven aan de stemmen buiten de academie kan daar zeker bij helpen. Ik verzoek de lezer om deze opinieblog binnen en rond deze toespraak te lezen vanuit een dialoog minnend perspectief tussen mensen in en buiten de academische wereld. Voor de lezer die hier graag een verdere dialoog over wil aangaan, aarzel niet en contacteer mij: priscilla.vaneven@kuleuven.be