Maatschappij moet zich aanpassen aan personen met een handicap

DOOR GAUTHIER DE BECO. Het VN-Verdrag inzake de rechten van personen streeft naar de inclusie van personen met een handicap. Meer dan vijf jaar na de ratificatie ervan blijft het grotendeels dode letter. Mentaliteitsveranderingen, duidelijke politieke standpunten en (pluri-disciplinair) wetenschappelijk onderzoek zijn nodig.

Geschreven door Gauthier de Beco, postdoctoraal onderzoeker en docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid. Hij is gespecialiseerd in mensenrechten en handicap.

Gauthier De BecoIn het recht werd tot nu toe doorgaans weinig aandacht besteed aan de inclusie van personen met een handicap. Volgens recente cijfers zouden er nochtans in de Europese Unie zo’n 80 miljoen personen met een handicap leven. In de praktijk ondervinden die personen veel hindernissen in de maatschappij. Toegang tot het openbaar vervoer voor rolstoelgebruikers is bijzonder moeilijk, wie aankondigt dat hij een premie heeft voor een arbeidshandicap vindt moeilijk werk, kinderen met een beperking zijn vaak niet welkom in reguliere scholen enz.

Het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Op 13 december 2006 keurde de Verenigde Naties het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap goed. De uitgangspunten van dit Verdrag zijn de inherente waardigheid en de volledige participatie van personen met een handicap. Het beoogt de verwijdering van de fysieke sociale drempels die deze personen beletten ten volle deel te nemen aan de samenleving. Het vervangt op die manier het medisch model door het zogenaamd sociaal model van handicap. Het is dan ook de maatschappij die zich moet aanpassen aan personen met een handicap. Inclusie is geen keuze of experiment meer, maar een plicht.

Zowel individuele als algemene maatregelen kunnen soelaas bieden. Zo zijn bestaat er de aanpassing van gebouwen voor personen met mobiliteitsproblemen of de aanwerving van doventolken voor personen met gehoorproblemen. Dit zijn de zogenaamde “redelijke aanpassingen” die specifiek op maat zijn van een individu. De waren al wettelijk verplicht onder het anti-discriminatierecht en hebben tot doel de integratie van personen met een handicap. De redelijke aanpassingen zijn afdwingbaar voor de rechtbanken. De weigering ervan vormt, op zich, een discriminatie.

Daarnaast is zijn er ook maatregelen van algemene aard die vervoer, onderwijs, tewerkstelling, gezondheid, cultuur, enz. inclusief maken. Deze gaan verder dan de redelijke aanpassingen en veronderstellen een aanpassing van de maatschappij aan personen met een handicap. In het kader van het Verdrag moet de overheid hiervoor een stapsgewijze strategie ontwikkelen en toezien op de realisatie ervan. Dit is een nieuwigheid en streeft – via het beleid – naar de inclusie van personen met een handicap. Voorlopig is er weinig aandacht voor zulke maatregelen. Er is ook weinig wetenschappelijk onderzoek naar wat inclusie juist betekent op juridisch vlak.

Voorbeeld: het recht op inclusief onderwijs

Neem het voorbeeld van onderwijs. Het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap bepaalt dat kinderen met een handicap recht hebben op inclusief onderwijs. De praktijk is helaas anders. Kinderen met een handicap, of zij die als dusdanig beschouw worden, worden in grote mate verwezen naar buitengewone scholen. Vlaanderen is hiervoor zelfs Europees koploper. Volgens de statistieken heeft Vlaanderen het meest gesegregeerde onderwijssysteem van Europa.

Hier moet werk van gemaakt worden (zie Gauthier de Beco, ‘Leerlingen met een handicap horen thuis op gewone scholen’, De Morgen, 7 maart 2014). Redelijke aanpassingen moeten voorzien worden voor kinderen met een handicap. Het gaat, bijvoorbeeld, om een doventolk of betere toegankelijkheid van een klaslokaal. Er moet ook aan aanpassing zijn van de onderwijsmethode, het curriculum en de evaluatiemethode. Deze maatregelen zijn weliswaar noodzakelijk maar onvoldoende. Daarnaast moeten er algemene maatregelen genomen worden om het recht op inclusief onderwijs waar te maken. Het gaat om een volledig inschrijvingsrecht, de aanpassing van leerdoelen en de ondersteuning die daarvoor noodzakelijk voor alle kinderen en (heel belangrijk) de leerkrachten. Zulke maatregelen schieten momenteel nog te kort. Het kader ontbreekt. Het gevolg is dat de last voornamelijk op de schouders van de ouders rust. Het zijn zij die beroep moeten doen op de redelijke aanpassingen en vaak zelfs persoonlijk instaan voor de ondersteuning van de kinderen met een handicap. Zou het onderwijs inclusief zijn, dan zouden deze aanpassingen veel minder nodig zijn.

Verdrag blijft grotendeels dode letter

Het enthousiasme was groot bij de ratificatie van het Verdrag door België op 2 juli 2009. De burgerrechtenorganisatie Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap (GRIP) stelt op haar website echter: “Iedereen hoorde wel eens van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. En, wie kent het Kinderrechtenverdrag niet? Het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap is nog onbekend bij het brede publiek”.

Bijna vijf jaar later staan we dus niet veel verder. De Vlaamse regering probeert weliswaar de redelijke aanpassingen in wetgeving te gieten. Dit gebeurde, bijvoorbeeld, met het decreet voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (M Decreet), dat vorige week goedgekeurd werd door het Vlaams Parlement. Maar de algemene maatregelen voor de inclusie van personen met een handicap ontbreken nog. De mensenrechten dimensie, die net de meerwaarde van het Verdrag is, is nog steeds afwezig. Dit betekent dat het dit Verdrag grotendeels dode letter blijft.

De verschillende aanpakken

De vraag is: waar moet men beginnen? De middelen – die inderdaad nodig zijn – kan men vinden of toch, tenminste, trachten te vinden. Maar de mentaliteit veranderen in onze samenleving is iets anders. Daarom is sensibilisering de meest dringende stap om van het Verdrag een realiteit te maken. Daarnaast moeten de politieke verantwoordelijken een duidelijk standpunt innemen ten aanzien van de inclusie van personen met een handicap. De twee – sensibilisatie en wetgeving – zijn even belangrijk en, bovendien, wederzijds versterkend. Ook (pluri-disciplinair) wetenschappelijk onderzoek rond de rechten van personen met een handicap is van groot belang. Een grotere inbreng vanuit de juridische wereld in het bestaande onderzoek rond handicap zou in dit verband zeker een pluspunt zijn. Het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap creëert hiervoor een momentum.

© KU Leuven - Rob Stevens

© KU LEUVEN – Rob Stevens


  1. Ik ben momenteel specialisatiestudent aan de KUL binnen de faculteit pedagogische en psychologische wetenschappen en doe momenteel een onderzoek naar het aantal personen met een beperking in Vlaanderen! We beogen in de toekomst onderzoek te doen naar de sociale waarde van sport voor personen met een handicap, toegankelijk van de infrastructuur etc… Sportparticipatie is nog steeds één van de vele aspecten waaruit ongelijkheid blijkt!!! Ben blij te lezen dat er ook binnen andere faculteiten aandacht uitgaat naar deze doelgroep!

  2. met veel interesse lees ik het artikel. Opvallend, want KUL zelf lijkt al enkel leeg vat en dode letter te hanteren. Zeker wat betreft niet fysieke beperking, lijkt het nog een ver van hun bed show te zijn, als het op concrete aanpak in de praktijk aankomt. Ik ben enorm teleurgesteld dat zelfs één gebaar van tegemoetkomen niet kan binnen KUL. Het lijkt alsof van de persoon met een handicap meer wordt verwacht, dan men op de interne diensten zelf kan realiseren. IK hoop momenteel nog op een stuk menselijkheid, maar ik vrees ….

  3. Tijdens de Studiedag over het VN-Verdrag die u organiseerde op 13 februari was ik één van de aanwezigen. Ik ben ervan overtuigd dat u gelijk heeft als u zegt dat onze maatschappij toe is aan een mentaliteitsverandering. Wat ik zeer vaak ervaar is onbegrip. Onbegrip voor ziekte en handicap. Nochtans zijn onze levensomstandigheden (zoals vergrijzing/verzilvering, vooruitgang die ervoor zorgt dat dodelijke ziektes chronische ziektes worden…) ervoor verantwoordelijk dat onze maatschappij steeds meer een ‘zorgmaatschappij’ wordt. Mensen moeten leren omgaan met ‘anders-zijn dan de norm’, ze moeten zich leren aanpassen aan personen met een handicap of chronisch zieken… Dit zou volgens mij vanaf zeer jonge leeftijd moeten gebeuren. Als kinderen van zeer jonge leeftijd leren omgaan met verschillen (handicap, ziekte, maar ook culturele verschillen), en daarmee opgroeien in een omgeving waarin die verschillen geaccepteerd worden, dan kunnen wij groeien wij naar een maatschappij waar verdraagzaamheid de norm is…
    Naast het alom vertegenwoordigde onbegrip voor alles wat afwijkt van ‘een norm’ is er de wetgeving die op veel vlakken tekortschiet en niet aangepast is voor personen met een handicap. Een voorbeeld: in het arbeidsrecht staat dat het weigeren van redelijke aanpassingen discriminatie is. Discriminatie is strafbaar. Daarnaast is de werkgever wettelijk verantwoordelijk voor het welzijn van de werknemer. Toch komt de werkgever er altijd goed vanaf. Als je beroep doet op diensten als Toezicht Welzijn op het Werk, Toezicht Sociale Wetten, Preventiedienst, Inspectie op het Werk, dan wordt er op cruciale momenten gezegd ‘dat ze niets kunnen doen’. Dan sta je machteloos. Hoe zit het dan met je rechten? En wat de redelijke aanpassingen betreft: iedereen weet wel dat er een probleem mee is, maar omdat de term, of is het de inhoud ‘te vaag’ is, kan je er wettelijk niet veel mee doen… De wet, het recht, vraagt nu eenmaal duidelijke, welomschreven feiten…
    Ik moet u dan ook nu weer gelijk geven als u zegt dat de politieke verantwoordelijken een duidelijk standpunt moeten innemen ten aanzien van de inclusie van personen met een handicap en dat sensibilisatie en wetgeving even belangrijk en wederzijds versterkend zijn. Ook ben ik ervan overtuigd dat multi-disciplinair wetenschappelijk onderzoek rond de rechten van personen met een handicap van groot belang is. Maar dan moet eerst de juridische wereld en zoveel anderen daarnaast overtuigd kunnen worden van het belang van dat onderzoek. Op dit ogenblik is het een probleem waar weinig mensen van wakker liggen.

    • zo opvallend dat er een onderzoek is aan de KUL en dat er binnen de KUL nog geen mentaliteitsverandering is. Ik probeer al een hele tijd iets uit te leggen, maar hun regeltjes zijn prioritair tov willen begrijpen van een student met een functiebeperking. IK dacht dat die tijd voorbij was, maar niet dus. Het zijn mooie lettertjes op hun website, tot je in de praktijk één klein aspect probeert duidelijk te stellen en er wat tolerantie probeert voor te krijgen. Zelfs antwoorden op een mail is hen te veel hoor. Mijn visie als moeder is dat met een beetje menselijkheid er veel kan en dat studenten met een functiebeperking ook een klein beetje begrip mogen krijgen.

  4. Laten we ook niet vergeten dat zieken, chronische zieken en mensen met een zichtbare of onzichtbare handicap niet allemaal tot slechts één en dezelfde categorie behoren. En dus ook verschillende behoeften hebben. Wanneer je een been mist kan het misschien best mogelijk zijn om aangepast werk te vinden aangevuld met wat extra zorgen. Wanneer je bv. chronisch pijnpatient bent ligt dat anders. Dan is het vnl de onvoorspelbaarheid die je parten speelt. Daar is er in de huidige maatschappij niets voor voorzien. Als dat al haalbaar is tenminste? Ik weet het ook niet meteen.
    Vaak wil men dat dan nog “verhelpen” met psychologische ondersteuning? Dat is zoiets als tegen iemand met een gebroken been zeggen dat hij veel moet springen en zich niet zo moet aanstellen..
    Veel mensen kunnen zich echt niet voorstellen wat het is om 24/24 uur 365/365 dagen pijn te hebben en er niets tegen te kunnen doen. Hoezo? Geen medicatie voor? Hoezo enkel zware middelen dat er amper nog levenskwaliteit is? Maar afin, ge wilt gewoon niet! Het zit tussen uw oren! Intergereren, participeren en activeren ! Zelfredzaamheid! Werken voor de kost, profiteur! Omscholen en aanpassen! Moeilijk gaat ook! Hoezo gij gaat niet werken maar wel nog aangepast sporten? Dan kunt ge het dagelijkse maatschappelijke tempo ook wel aan. NMaar afin, ge hebt nu toch nen aangepaste stoel? Meer uitzonderingen kunnen we niet gaan maken. Das is niet eerlijk tegenover de andere werknemers die dan door u meer werk krijgen. We leven in een meritocratie, ge moet meegaan met uwen tijd hé… Hoe zit ge nu in een depressei ook nog? Afin afin toch, ge moogt u zo niet laten hangen, hé. ge moet u leven zelf in handen nemen se! Geen draagkracht hén, zie.. zwakte hé.. tsjaja.. Ik denk maw. dat het niet enkel de infrastructuur of voorzieningen zijn waar me eens moet naar kijken. Oa. Ook de statuten en wettelijke mogelijkheden om deel te nemen aan de maatschappij. Zodat deze mensen terug zichtbaar aanwezig en wettelijk! aanwezig kunnen zijn in de maatschappij. Door zichtbaarheid van het (helaas aanwezige) lijden ook barmachtigheid.

  5. ik woon in baarle nassau
    in een zorg appartement krijg 24 hulp
    kunne ze in belgie 24 hup bieden
    ik ben het beu hier en wil naar antwerpen of deurne of bercem verhuizen
    ze wilen me tege houden maar da mag niet
    hoe pak ik da aan
    om toch weg te raken hier
    groetjes wout

    • ik denk dat het in Belgie slechter is dan in Nederland. Als je in Belgie kan ingeschreven worden bij vaph (moet je wel in vlaanderen wonen denk ik of een adres hebben) dan kan je je aanmelden voor PAB en zo ook voor zorg: maar er zijn 1000 en wachtenden voor je. Mijn zoon wacht al 10 jaar!

  6. Belgie kent geen inclusie !
    Ik ben woonachtig in Duitsland en heb 2 Duitse pleegkinderen.
    Wegens de Europese richtlijn en opgelegde voorrangsregeling krijg ik de kinderbijslag en Sociale bijdrage vanuit Belgie.
    De oudste 100% mindervalde (FAS) pleegzoon is in jul 2014 18j geworden en heeft een leercontract met inclusie opvolging verworven bij een gerenommeerde Duitse Firma.
    In Belgie worden de financiele vergoedingen voor leercontracten kunstmatig laag gehouden om niet boven de 520,- euro bruto te belanden waardoor het recht op kinderbijslag en Sociale bijdrage (12p waarvan 4 in 1ste pijler) zou verloren gaan.
    In Duitsland echter zijn de minimum vergoedingen voor het leren & werken met leercontract wettelijk geregeld en er kan niet op zijn Belgisch onderhandeld of geplaffoneerd worden.
    Samengevat wil dit dus zeggen, Belgie heeft alle financiele ondersteuning geschrapt !!
    In Duitsland moeten 18+ pleegkinderen bovendien, 75% (519,- euro) van hun verdienste bijdragen in de onkosten gemaakt door het JugendAmt.
    Belgie interesseerd dit niet, het brutobedrag van het leercontract is doorslaggevend
    In klaartekst wil dit dus zeggen, om onze mindervalide pleegzoon niet te stigmatiseren tegenover zijn medeleerlingen, geven we hem die 519,- euro, de ingehouden 634,14 euro
    door FAMIFED hier nog bijgerekend, maakt dat wij als pleegouder 1153,14 euro moeten bijdragen om deze inclusie te verwezenlijken, of hoe men door 2 federale instanties gepluimd wordt.

    Er worden nog pleegouders gezocht, hoorde ik onlangs ..

    JACOBS Hilaire

    • Famifed heeft ondertussen het prioriteitsrecht gecorrigeerd en betaald de initiele kinderbijslag tot 21j.
      De sociale bijdrage wegens de 100 % mindervaliditeit wordt niet meer toegekend wegens de overschrijding van het brutobedrag van 520,08, € zoals aangehaald in Art 62 § 2 en K.B. van 06/03/1979.
      De inhouding door Duitsland van 519,90 € volgens § 91 SGB VIII van 75% blijft verder bestaan !
      Samengevat, maandelijks, 1134,59 Euro inhoudingen op een bruto vergoeding voor het leercontract van 867,12 €
      De Europese ombudsvrouw en commissie verstaan de probleemstelling NIET en heeft het bezwaar afgewezen.


Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s