Kunst IS wetenschap: Over de uitbreiding van onze wetenschappelijke toolbox.

DOOR SARA COEMANS EN KARIN HANNES. Wat gebeurt er als we beginnen te flirten met de grens tussen kunst en wetenschap? Dat hebben wij mogen ervaren in het project ‘Magnificent Rubbish’. We wilden op een creatieve manier iets zeggen over hoe we ons verhouden tot de samenleving, niet door erover te spreken maar door ze te leren zien, horen en voelen. Uit al deze indrukken groeide een expositie. Misschien iets wat meer onderzoekers eens zouden moeten proberen?

Geschreven door Sara Coemans en Karin Hannes. Sara is doctoraatsstudente aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen (onderzoeksgroep Educatie, Cultuur en Samenleving). Karin is hoofddocent aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek. Ze tweet via @karinhannes.
collage (2)

Sara Coemans en Karin Hannes

Op 15 december vond de expositie ‘Ar t van Arktos’ plaats in OPEK. De expo vormde de afsluiter van het project ‘Magnificent Rubbish’ dat deel uitmaakt van een methodologisch geïnspireerd doctoraatstraject. De inzet van het project is het exploreren van multi-sensorische vormen van datacollectie als alternatief voor het traditioneel gebruikte interview.

Voor dit project werkten we nauw samen met de artistieke organisatie Vizoog vzw en vormingsorganisatie Arktos vzw. Het project vond plaats in de omgeving van de Vaartkom in Leuven. De Vaartkom, voorwerp van het grootste stadsontwikkelingsproject van Vlaanderen, heeft de laatste jaren ingrijpende veranderingen ondergaan. In deze context werden jongeren van Arktos door onze onderzoekers gestimuleerd om hun zintuigen ‘aan te zetten’ en om stil te staan bij de meervoudige geleefde en beleefde aspecten van plaatsen in deze buurt. Onze intentie was om met hedendaagse sporen in de omgeving een interessante archeologie van het hier en nu te creëren.

UntitledTijdens het project maakten de jongeren eerst een inventarisatie van de buurt via foto- en geluidswandelingen. Verder werden ook buurtbewoners betrokken in het verzamelen van materialen en voorwerpen in deze buurt. Ze werden uitgenodigd om oude, ogenschijnlijk nutteloze voorwerpen ‘op straat te zetten’ en aan de jongeren te bezorgen. Vervolgens werd er nagedacht over het potentieel van een bepaalde foto, een geluid, een voorwerp om iets te ‘vertellen’ over deze buurt en/of over de jongeren zelf. De jongeren vertaalden hun eigen ideeën over de buurt op een artistieke manier in een ontwerp. Het resultaat is één centraal werk gemaakt van houten panelen dat kan gelezen worden als een boek met verschillende pagina’s. Elke ‘pagina’ vertelt iets over deze buurt en werd gecreëerd door één van de jongeren. Tijdens het toonmoment werden de creaties van de jongeren voorgesteld aan een divers publiek (onderzoekers en studenten, buurtbewoners, vertegenwoordigers van sociale organisaties en van het beleid,…).

Onze academische geletterdheid

Dit project mag beschouwd worden als een poging om de geldende conventies over hoe we kwalitatief onderzoek moeten uitvoeren en communiceren in vraag te stellen. De academische taal die wij gebruiken beperkt zich immers nog vaak tot iets numeriek en iets narratiefs. We worden getraind in het rapporteren van frequenties en het creëren van statistische modellen, waarin we door middel van getallen enigszins abstractie trachten te maken van de complexe werkelijkheid die we onderzoeken. In kwalitatief onderzoek proberen we onder meer via de informatie die we genereren uit (participerende) observatie, diepte-interviews en focusgroepen onze onderzoeksfenomenen accuraat te beschrijven en te begrijpen. We creëren een verhaallijn waarin de verschillende dimensies van ons fenomeen worden samengebracht tot een consistent geheel, of ontwikkelen nieuwe theorieën gebaseerd op onze onderzoeksgegevens die we proberen in te bedden in een bredere politieke, economische of sociaal-culturele context. Die wetenschappelijke inzichten verspreiden we grotendeels via de productie van teksten waarin we een accuraat ‘beeld’ van ons fenomeen trachten te schetsen.

Met het project keerden we terug naar de empirie, in de echte betekenis van het woord; terug voelen, horen, kijken, om vandaaruit op een creatieve manier iets zinvols te kunnen zeggen over hoe we ons verhouden tot onze samenleving.

Opvallend is dat we hierbij zelden het potentieel van ‘beelden’ of andere zintuiglijke prikkels benutten. En als we al beelden, geluiden of texturen gebruiken, dan is dit vaak louter ter ondersteuning van onze numerieke resultaten of verhaallijnen. Waarschijnlijk ben je bijvoorbeeld wel al ooit gevraagd om deel te nemen aan een interview of survey, maar vermoedelijk heeft geen enkele onderzoeker je ooit gevraagd om jouw ervaringen uit te drukken via het maken van een schilderij, foto, collage, of te werken met geluiden of materialen die een beleving oproepen. Met het project ‘Magnificent Rubbish’ keerden we terug naar de empirie, in de echte betekenis van het woord; terug voelen, horen, kijken, om vandaaruit op een creatieve manier iets zinvols te kunnen zeggen over hoe we ons verhouden tot onze samenleving. En die boodschap gaven we ook mee in de brainstorm avonden van de afgelopen Utopia reeks van KU Leuven.

Het uitbreiden van onze toolkit van onderzoeksmethoden en technieken

Misschien hoeven we daarvoor de huidige toolkit die we gebruiken om onderzoek uit te voeren niet meteen naar de prullenmand te verwijzen, maar de laatste jaren is er wel een toenemende interesse voor creatieve en multi-sensorische onderzoeksmethoden. Deze kunnen zowel ingezet worden in de fase van het verzamelen van onze ‘data’, alsook in de fase van het representeren van onderzoeksresultaten. Ze brengen wetenschappelijk onderzoek en creatieve processen samen, en dit biedt zowel kansen als uitdagingen voor academici.

Kansen

Creatief en multi-sensorisch onderzoek nodigt academici uit om te leren ‘experimenteren’ met beelden, geluiden, texturen en beweging in hun zoektocht naar andere manieren om een onderzoeksfenomeen te kunnen benaderen en te interpreteren. Het laat ons ook toe om ‘levende’ realiteiten te creëren. We ‘tonen’ onszelf en onze leefwereld, op een manier die misschien moeilijk in woorden of cijfers te vatten is. ‘Ar t van Arktos’ heeft voor ons nieuw potentieel gegenereerd, ten eerste om te werken rond topics die moeilijker in woorden uit te drukken waren (trauma’s die de jongeren hebben ervaren, intense emoties die loskwamen, het vinden van een vorm om een abstract concept zoals leefbaarheid, solidariteit, gemeenschap te kunnen duiden,…), en ten tweede om de rijkdom aan ervaringen binnen de huidige diverse samenleving te kunnen vatten in een collectief geheel. Het bood dus met andere woorden een andere toegangspoort tot betekenisgeving.

Uitdagingen

Maar het flirten met de grens tussen kunst en wetenschap plaatst onderzoekers ook voor nieuwe uitdagingen. Het moedigt academici aan om samenwerkingsverbanden op te zetten met kunstenaars, sociaal-artistieke en culturele organisaties, kunstopleidingen,… Het nodigt hen uit om op een andere manier samen te werken met deelnemers aan een onderzoeksproject, in een proces van co-creatie. Het nodigt academici uit om onderzoeksgegevens kenbaar te maken aan een breder, niet-academisch publiek en met hen in dialoog te gaan. Of om het met de woorden van Callon (2002) te zeggen, dergelijke ‘hybride onderzoekscollectieven’ kunnen zeer leerrijk zijn. Het daagt academici uit om de complexe relaties tussen onderzoekers, artiesten, participanten én publiek grondig te bestuderen en na te gaan hoe deze diverse rollen op een intelligente en complementaire manier het onderzoeksproces kunnen verdiepen en verrijken. Ook vragen met betrekking tot hoe we dat beeldmateriaal, het geluid en de artefacten die uit co-creatie voortvloeien dan moeten analyseren dringen zich op. Bovendien is er nog weinig nagedacht over het soort van criteria ter beoordeling van de kwaliteit van dergelijke onderzoeksprojecten. En op dat kruispunt tussen wetenschappelijke en artistiek geïnspireerde criteria wringt vaak nog het schoentje.

‘Magnificent Rubbish’ is tot slot een uitnodiging van ons om na te denken over de zin of onzin van het uit elkaar trekken van de wetenschappelijke en de artistieke sector, wat wij als eerder contraproductief beschouwen. Mae Jemison, de eerste vrouwelijke astronaut drukt dit als volgt uit:

The difference between science and the arts is not that they are different sides of the same coin even, or even different parts of the same continuum, but rather, they are manifestations of the same thing. The arts and sciences are avatars of human creativity.

‘Magnificent Rubbish’ is dus naast een voorbeeld van een co-creatie project ook een uitnodiging om het anders te doen, om van de geijkte paden af te wijken en ons huidig arsenaal van methoden permanent in vraag te blijven stellen. ‘Ar t van Arktos’ was onze eerste, verdienstelijke poging.

In het kader van de week van de amateurkunsten 2016 organiseren we op kleine schaal, in samenwerking met studenten uit de opleiding culturele studies, een tweede toonmoment. Interesse om de expositie te bezoeken? Contacteer Sara.coemans@kuleuven.be en u krijgt een invitatie toegestuurd.

Collage


Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s