DOOR JAN EGGERMONT. Het ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot de artsenaantallen dat de ministerraad onlangs op voorstel van minister Onkelinx heeft goedgekeurd, doet heel wat stof opwaaien. Het beoogt een ongelimiteerde toegang tot enkele medische “knelpuntdisciplines” waaronder huisartsgeneeskunde. Het schaft zo de contingentering of beperkte toegang tot deze medische disciplines af. Ogenschijnlijk een positieve maatregel om het vermeende tekort aan bijvoorbeeld huisartsen te verhelpen maar in realiteit niets minder dan een regularisering van het overschot aan gediplomeerde artsen dat het voorbije decennium in Franstalig België tot stand is gekomen. Het zet ook de ongelijke behandeling van Vlaamse en Franstalige studenten geneeskunde sterk in de verf.
Commodification? Unbundling?
BY ERIK DUVAL. Apparently, some people are rather worried by the risk of ‘commodification‘. I’ve added quotes and a link to the wikipedia article, because I wasn’t really sure what the word means. Apparently, wikipedia is itself an illustration of the commodification of knowledge…
Zijn “live” hoorcolleges echt niet meer van deze tijd?
DOOR MANUEL SINTUBIN. 2013 was amper begonnen toen de Universiteit Gent aankondigde dat ze dit academiejaar met proefprojecten rond online cursussen zou starten. Ook bij KU Leuven zitten dergelijke projecten in de pijplijn. Dit stond toen te lezen in het artikel “Universiteit Gent start met online lesgeven” in De Standaard van 3 januari 2013. We zijn nu bijna een jaar verder, en de proefprojecten zouden al een semester lang hun meerwaarde moeten bewezen hebben … Waar blijven de zegeberichten?
Hoeveel Darwin kan een mens verdragen?
DOOR FILIP BUEKENS. Filip Buekens, filosoof aan de Universiteiten van Tilburg en Leuven, maakt enkele bedenkingen bij het interview met Bas Heijne, dat in de weekendkrant (De Morgen 14 december 2013) te lezen stond.
De weduwen van Mandela
DOOR KRISTIEN HEMMERECHTS. Het mooiste beeld van de Mandela-herdenking was ongetwijfeld de innige omhelzing tussen Winnie en Graça, allebei in het zwart, allebei met hoofdeksel, hoofddeksels die in de weg zaten, maar die god-zij-dank het moment niet verknalden.

Na Graça omhelsde Winnie een andere vrouw, ook in het zwart, ook met hoofddeksel, geen tulband dit keer, maar een hoed, die tijdens de omhelzing sneuvelde. Hij viel op de grond, iemand raapte hem op. Een ramp was het niet, gewoon een onhandig moment.
Winnie en Graça, twee vrouwen die veel van Mandela hebben gehouden en die door hem zijn liefgehad. De één meer dan de ander? Zoiets valt niet te berekenen. Of op een apothekersschaaltje af te wegen. Punt is dat ze erin geslaagd zijn van elkaar te houden, of toch genoeg van elkaar te houden om elkaar een plekje te gunnen aan Mandela’s zijde. Allebei zaten ze bij Mandela’s bed toen hij moeizaam zijn laatste adem uitblies. Van vrouwen wordt vaak gezegd dat ze elkaar niet het licht in de ogen gunnen. Het liefst krabben ze elkaar die ogen uit. Of ze rollen vechtend over de grond.
Het kan dus ook anders. Vrouwen kunnen als zusters voor elkaar zijn, in plaats van rivalen. (Wat me doet denken aan hoe het feminisme van de jaren tachtig op het belang van ‘zusterschap’ hamerde; en dat Margaret Thatcher een vrouw was, maar geen zuster.)
Het is, denk ik, vooral chic van Graça. Zij was de officiële echtgenote, en is nu de officiële weduwe. Zij had de ex kunnen buitensluiten. Of kunnen proberen buiten te sluiten. Ze had kunnen zeggen: ‘Dit is het huis van mij en mijn man, en jij zet hier geen voet binnen. Jij hebt hier niets te zoeken.’ Maar dat heeft ze dus niet gezegd.
Co-weduwschap
Misschien wist ze dat haar man hen allebei nodig had; dat hij van haar hield, maar ook van Winnie, met wie hij een lange, turbulente geschiedenis deelde. In The Guardian stond een greep uit de foto’s die een vriend maakte van Winnie en haar dochters, foto’s die Winnie meenam naar de gevangenis de enkele keren dat ze haar man mocht bezoeken. Want dat miste hij, foto’s van zijn kinderen. Hoe zagen ze eruit? Hoe leefden ze? Op één van die foto’s zie je een jonge, slanke Winnie bij een strijkplank met een oud strijkijzer – eentje dat je op een kachel moest verwarmen. Naar die foto, zo besef je, moet Mandela heel dikwijls gekeken hebben. Zoveel geschiedenis wis je niet uit, zeker niet in het geval van Mandela, wiens persoonlijke geschiedenis de geschiedenis van zijn volk is geworden.
Net zoals er zoiets bestaat als co-ouderschap, heb je dus ook co-weduwschap.
Mooi is ook – al kan ik me voorstellen dat niet iedereen het mooi vindt of vond – de manier waarop Mandela niet in staat was Winnie te desavoueren. Hij heeft afstand van haar genomen, alleen al door van haar te scheiden en met Graça te hertrouwen, maar hij heeft haar niet uit zijn leven verbannen, ondanks haar wandaden en de zware beschuldigingen aan haar adres.
Mandela was gezegend met een groot hart, een hart dat niet geneigd was mensen te veroordelen, een hart met een onuitputtelijke bereidheid om bladzijden om te slaan en met een schone lei opnieuw te beginnen.
Een uitzonderlijk grootmoedig man.
Verslaggeving over gratie door koning Filip was een journalistiek dieptepunt
DOOR LEO NEELS. De ‘feiten’ die koning Filip werden verweten bij de gratieverlening aan verkeersovertreders bleken ontsproten aan de verbeelding, aan het euvel van afwezigheid van énige controle, aan vermoedens en speculatie.
Zijn politici te vertrouwen?
DOOR MARC HOOGHE. De hartenkreet van Vlaams Parlementslid Fientje Moerman (Open VLD) zorgt voor heel wat reacties. De toon is dan ook ongemeen scherp, en Moerman vertelt bijvoorbeeld over haar angst om nog met een P-nummerplaat (waarop ze uiteraard recht heeft) rond te rijden. De vraag is of Moerman gelijk heeft: hebben we inderdaad alle respect voor politici verloren?
Op het eerste gezicht is er inderdaad wel iets van aan. Als we in onderzoek vragen in welke beroepen of instellingen de mensen nog vertrouwen hebben, dan bungelen politici en politieke partijen helemaal onder aan het lijstje. Dat is een beetje de ironie: we hebben in de praktijk tamelijk veel vertrouwen in rechters, ambtenaren en politieagenten. Dat zijn allemaal mensen die heel ingrijpende beslissingen kunnen nemen, maar die we niet zelf verkozen hebben. Meestal zijn ze aangeduid na een objectief examen.Voor de mensen die we zelf verkozen hebben, zijn we echter veel strenger. Voor een stuk speelt daarin mee dat de politiek veel minder dan vroeger een zaak is van duidelijke ideologische voorkeuren. In een ver verleden speelde vaker de reflex: ‘Right or wrong, my party’. Mensen voelden zich zo verbonden met bijvoorbeeld de christen-democratie of het socialisme dat ze best bereid waren een oogje dicht te knijpen als iemand van de eigen zuil buiten de lijntjes kleurde. De slechteriken, dat waren de politici van de andere zuilen. Dat beschermingsmechanisme is weggevallen, en we bekijken nu alle politici even kritisch, ook als we het inhoudelijk met hen eens zijn.
Gefaald in een elementaire opdracht
Een tweede belangrijk element is dat politici op dit ogenblik er niet in slagen hun meest elementaire opdracht waar te maken: ons te beschermen tegen alle dreigingen die op ons af komen. Er is geen enkele politieke partij die een goed en duidelijk antwoord heeft voor de huidige economische crisis. Die crisis valt trouwens ook helemaal niet op te lossen op een nationale schaal, hoogstens kunnen we hopen dat de Europese Unie in dit verband iets kan realiseren.Door deze verplaatsing van de politieke besluitvorming zijn de Belgische politici grotendeels machteloos geworden, en uiteraard zijn we dan sterker geneigd hen streng te beoordelen. Dat wordt des te pijnlijker als het Vlaamse en het federale niveau ook nog eens proberen elkaar vliegen af te vangen, terwijl in werkelijkheid beide machtsniveaus steeds machtelozer worden tegenover de grote maatschappelijke uitdagingen.Als je alle Europese verkiezingsuitslagen van de voorbije vijf jaar overloopt, dan is er één constante. De zittende regering wordt telkens afgestraft, ongeacht of het om een linkse of een rechtse regering gaat. Dat is ook logisch, omdat geen enkele regering een pasklaar antwoord heeft voor de crisis. Politici moeten dus gewoon op de blaren zitten, en hopen dat er economisch betere tijden aanbreken. Zolang de werkloosheid blijft stijgen, zal de bevolking geneigd zijn politici hiervoor verantwoordelijk te stellen.
Noodkreet ernstig nemen
We moeten de oproep van Moerman dus ernstig nemen, alleen moeten we daar op een verstandige manier de conclusies uit trekken. Politici zijn niet de enige beroepsgroep die maatschappelijk aanzien heeft verloren. Eenzelfde verhaal gaat op voor artsen, advocaten, notarissen, professoren en andere vrije beroepen. Voor al die beroepen geldt dat ze een grote mate van vrijheid hebben in de manier waarop ze hun beroep invullen.Dat is ook goed: je hebt politici nodig die zich ingraven in de complexe wetgeving over financiële transacties, maar je hebt ook politici nodig die alle dorpskermissen afdweilen om in contact te blijven met de bevolking. Elke politicus kan zelf beslissen welk profiel het best bij haar of hem past. Maar die grote vrijheid wil onvermijdelijk zeggen dat er ook een controlemechanisme nodig is.
Ik kan hier de vergelijking maken met mijn eigen beroepsgroep, die ik uiteraard het best ken. Ik ben ervan overtuigd dat 99,9 % van mijn collega-professoren zeer hard en integer werkt. Het grote probleem is uiteraard wat we moeten doen met die paar enkelingen die wel wetenschappelijke fraude plegen, of er de kantjes van aflopen en hun studenten verwaarlozen omdat ze meer tijd besteden aan allerlei lucratieve andere bezigheden. In de praktijk zorgen we dus voor allerlei controlemechanismen en zeer uitgebreide bureaucratische systemen om ervoor te zorgen dat we die paar fraudegevallen opsporen, en de 99,9 % die het wel goed doet ondergaat al die controle gelaten. Onder elkaar klagen we weleens over al die controle, maar het gebeurt zelden dat die klachten ook de buitenwereld bereiken.Eenzelfde verhaal gaat ook op voor advocaten, artsen, andere vrije beroepen, en voor politici. Het overgrote deel van de politici werkt gewoon zeer hard en verdient daarvoor ook alle respect. Ik heb heel veel waardering voor politici die eerst hun ‘normale’ dagtaak verrichten, en die daarna ook nog eens de energie opbrengen om ’s avonds naar de vergadering van een partijafdeling te trekken, of om acte de présence te geven bij een of andere wijkvergadering.Maar het grote probleem is dat de politici geen enkel mechanisme hebben om die paar profiteurs eruit te wieden. Die enkelingen bezorgen de hele beroepsgroep een slechte reputatie. Het is onmogelijk parlementsleden voor te schrijven wat ze precies moeten doen, maar in de praktijk leidt dat tot misbruiken. In het hele debat over de overstap van Vlaams parlementslid Annick De Ridder bleek bijvoorbeeld dat ze veel tijd besteedt aan haar privé-job bij Katoen Natie, waardoor ze minder energie kan wijden aan haar politiek mandaat. Als een beroepsgroep dat soort dingen toelaat, dan is het logisch dat alle politici ervan beschuldigd worden om gewoon zakkenvullers te zijn.
Politici staan dus voor dezelfde opdracht als alle andere vrije en intellectuele beroepen. Als er geen zelfregulering is, dan zal de hele beroepsgroep lijden onder de fouten van enkelingen. Dat is inderdaad bijzonder pijnlijk voor een politica als Fientje Moerman, die, bij mijn weten, fulltimepolitica is en haar mandaat niet ziet als een bijbaantje bij andere, meer lucratieve, bezigheden. Maar er is geen andere oplossing: één rotte appel tast inderdaad de reputatie van de hele beroepsgroep aan. Politici moeten dus eens hun eigen deontologische regels ernstig nemen, dat is in het belang van iedereen. Als Johan Vande Lanotte in opspraak komt, dan weet men niets beters te verzinnen dan de domme slogan dat politici helemaal niets meer mogen doen.Men zou van de gelegenheid ook gebruik kunnen maken om op een intelligente manier belangenvermenging te vermijden, net zoals dat Europees niveau is gebeurd. Helaas heeft men die kans laten liggen om te kiezen voor een snel en oppervlakkig mediasuccesje. Politici staan, als beroepsgroep, dus net voor dezelfde uitdaging als andere professionals. Ze moeten op een duidelijke manier optreden tegen die paar collega’s die enkel in het geld geïnteresseerd zijn. Als ze die stap niet zetten, dan is het onvermijdelijk gevolg dat ook alle hardwerkende politici hiervan het slachtoffer zijn.
Christelijke wortels in een islamitisch nest
DOOR CARMEN DHONDT. Tijdens haar kindertijd zette Lisa haar schoentje klaar voor de sint, versierde ze de kerstboom en was ze misdienaar in de kerk. In haar huidige leven knutselt ze met de kinderen lampionnen voor de vastenmaand, bidt ze vijf maal per dag en gaat ze bewust voor halal.
Dyslexie & het brein: nieuwe inzichten
DOOR HANS OP DE BEECK. Een nieuwe Leuvense studie in Science levert evidentie tegen de meest gangbare hypothese in het hersenonderzoek naar dyslexie. De resultaten suggereren dat volwassen personen met dyslexie in staat zijn om een goede voorstelling op te bouwen van klanken, maar dat deze voorstellingen niet voldoende toegankelijk zijn voor andere processen.
Wie geen zorgvuldigere duurzame-energiepolitiek voert, blijft afhankelijk van kernenergie.
DOOR TOON VANDEVELDE. Het is veertig jaar geleden, maar ik herinner ze me nog steeds, de debatten in het begin van de jaren 70 over kernenergie. Het was de tijd van de rapporten van de Club van Rome. De voorraad fossiele brandstoffen is eindig, had men pas ontdekt, en voor de ontwikkeling van duurzame energiebronnen waren wetenschappelijke ontdekkingen en technologische innovaties nodig die nog enige tijd vergden. Met kernenergie konden we dus tijd kopen, de tijd van één generatie, de 25 jaar die nodig waren om de overgang naar duurzame energie te verwezenlijken.

