De maatschappelijke uitdagingen zijn te belangrijk om ze te laten ondersneeuwen door ‘politique politicienne’

DOOR MARC HOOGHE. Zal de Open Vld straks zowel in de Vlaamse als in de federale regering zetelen? Zou de N-VA moeten zeggen wie ze als kandidaat-premier wil? Is het mogelijk of wenselijk een federale regering te vormen zonder een duidelijke meerderheid aan Vlaamse kant? Wie komt er op welke lijst te staan? Voor diegenen die onder de stolp van de Wetstraat leven zijn dit soort vragen duidelijk van levensbelang, maar je vraagt je af of de modale kiezer hiervan wakker ligt. Lees verder

EU en Oekraïne: relaas van een ongelukkig huwelijk

DOOR MARIJKE VERMEULEN. De voorbije maanden waren allerminst arm aan spectaculaire beelden van bruut en gruwelijk geweld tegen betogers in Oekraïne, live beelden vanop het Onafhankelijkheidsplein in Kiev en sensationele berichtgeving over wantoestanden in Oekraïne. Het geeft een gevoel van machteloosheid om toe te kijken hoe een land dat in 2004 de Europese, democratische weg koos met de Oranjerevolutie nu steeds meer afglijdt naar een autoritaire staat. De opeenvolgende teleurstellingen die Oekraïne sinds de onafhankelijkheid in de samenwerking met de EU moest verwerken dragen ongetwijfeld bij tot de patstelling waarin het land zich op dit moment bevindt.

Lees verder

Over vrije wil en andere illusies?

DOOR SARAH BEURMS. Wij mensen zijn voor een groot deel gedetermineerd door elementen die we niet zelf in handen hebben. Zo blijkt bijvoorbeeld dat hormonen die we ontvingen in de baarmoeder onze seksuele voorkeur mee bepalen en dat genen onze alcoholconsumptie beïnvloeden. Anderzijds blijkt ook onze omgeving een grote invloed te hebben, voornamelijk in onze kindertijd. Zo hebben mensen die in een omgeving opgegroeid zijn waar de lucht sterk vervuild is, gemiddeld een lager IQ. Ook impulsbeheersing en wilskracht worden door al deze factoren bepaald. Daarom kunnen we ons afvragen of we wel zelf verantwoordelijk zijn voor onze beslissingen en daden.

Geschreven door Sarah Beurms, doctoraatsstudent in de Leerpsychologie, en eerder verschenen op Studio Brein.

sarah-beurmsIn een experiment wilden Soon en collega’s1 nagaan of onze beslissingen al vastliggen nog voor we ons daar bewust van zijn. In hun studie werden mensen getest in een fMRI-scanner. Dit is een hersenscanner die meet welke delen in de hersenen het meest zuurstofrijk bloed verbruiken. Daaruit wordt dan afgeleid welke hersengebieden het meest actief zijn bij een bepaalde taak. Aan de deelnemers die in de scanner lagen, werd gevraagd om op één van twee knoppen te drukken. Ze mochten zelf kiezen wanneer ze drukten en op welke knop ze drukten. Op basis van hun hersenactiviteit konden de onderzoekers meer dan zeven (!) seconden voor dat de deelnemers dachten “nu ga ik op de knop drukken”, reeds boven kansniveau voorspellen op welke knop ze zouden drukken.

Deze resultaten suggereren dat onze hersenen al besloten hebben op welke knop we zullen drukken nog vóór we ons bewust zijn van deze beslissing. Daardoor werd het oeroude debat over de (illusie van) vrije wil weer aangewakkerd. Velen stellen zich de vraag of ons bewustzijn de oorzaak is van ons gedrag of dat ons gedrag wordt geregeld door het onbewuste en het bewuste slechts een illusie is die achteraf wordt gecreëerd. Ongeveer 200 jaar geleden stelde de filosoof Schopenhauer al dat vrije wil een illusie is. En ook nu zijn er steeds meer auteurs die beweren dat (de beste) beslissingen genomen worden door ons onbewuste.

Echter, de resultaten van dit experiment moeten –zoals altijd in de wetenschap– genuanceerd worden. Op basis van de fMRI-data konden slechts 60% van de beslissingen correct voorspeld worden. Hoewel dit significant beter is dan kansniveau, kunnen we ons de vraag stellen waarom de beslissingen niet met 100% zekerheid voorspeld kunnen worden. Dit is ten minste voor een deel te wijten aan de kwaliteit van de scanners. Omdat met een fMRI scanner geen neurale activiteit, maar een indirecte maat (nl. het percentage zuurstofrijk bloed) gemeten werd, is het onmogelijk om een perfecte voorspelling te maken. De cruciale vraag is dus of men met een perfecte meetmethode beslissingen wel met volledige zekerheid zou kunnen voorspellen?

Wat denken de auteurs hier zelf van? Eén van de auteurs, John-Dylan Haynes vermeldde in een debat dat hij gelooft dat onze daden volledig gedetermineerd zijn door onze vroegere ervaringen. Volgens hem zou een perfecte machine in theorie dus ons beslissingsgedrag foutloos kunnen voorspellen. Een perfecte voorspelling op langere termijn zal volgens hem echter moeilijk blijven omdat we steeds dingen kunnen meemaken die ons hersenpatroon – en dus ook onze beslissingen – veranderen. Een andere auteur van deze studie, Marcel Brass, gelooft ook dat onze beslissingen voor een deel gestuurd worden door onze ervaringen. In tegenstelling tot Haynes gelooft hij echter niet dat ons gedrag ooit perfect voorspeld zal kunnen worden op basis van hersenactiviteit voorafgaand aan onze bewuste beslissing. Volgens hem blijft er een rol weggelegd voor het bewuste waardoor we onze beslissingen bijvoorbeeld altijd nog op het laatste moment kunnen aanpassen. Voorlopig zijn dit allemaal slechts meningen, maar de wetenschap lijkt steeds meer in staat om hierover testbare ideeën en ingenieuze proefopstellingen te ontwikkelen.

Maakt het nu eigenlijk iets uit in ons dagelijkse leven of we geloven in de vrije wil? Tangney en collega’s2 toonden aan van wel. Hoe meer we geloven in vrije wil, hoe meer we bereiken in het leven en hoe minder zelfdestructief gedrag we zullen vertonen. Volgens de onderzoekers komt dit doordat mensen die geloven in vrije wil meer zelfcontrole uitoefenen. Daarnaast deden Vohs en collega’s3 een experiment waarin ze het geloof in de vrije wil manipuleerden. De deelnemers kregen een aantal stellingen te lezen. De ene helft las zinnen over het bestaan van de vrije wil, terwijl de andere helft te lezen kreeg dat vrije wil niet bestaat. Daarna moesten de deelnemers een cognitieve test afleggen. Plots vertelde de proefleider hen dat hij dringend weg moest, maar dat ze zichzelf één euro per goed antwoord mochten uitbetalen na afloop van het experiment. De deelnemers die gelezen hadden dat vrije wil niet bestaat, namen (onterecht) veel méér geld dan de anderen. Mensen die geloven dat de vrije wil niet bestaat lijken zich dus asocialer te gedragen.

Vrije wil is dus zoals de voetgangersknop aan een verkeerslicht. Als je gelooft dat het licht sneller op groen gaat springen door op die knop te drukken, ga je daarna gelukkiger het zebrapad oversteken. Als je gelooft dat je controle kan uitoefenen op je beslissingen, ga je meer bereiken in het leven. Dus los van de vraag of vrije wil een illusie is, is het voor ons persoonlijk welzijn belangrijk dat we in de vrije wil blijven geloven!

Referenties

1Soon, C.S., Brass, M., Heinze, H.J., & Haynes, J.D. (2008). Unconscious determinants of free decisions in the human brain. Nature Neuroscience 11, 543 – 545.
2Tangney, J.P., Baumeister, R.F., & Boone, A.L. (2004). High self-control predicts good adjustment, less pathology, better grades, and interpersonal success. Journal of Personality, 72, 271 – 324.
3Vohs, K.D., & Schooler, J.W. (2008). The value of believing in free will: Encouraging a belief in determinism increases cheating. Psychological Science, 19, 49 – 54.

VrijeWill-shutterstock

Moet alles sneller en beter in de 22ste eeuw?

DOOR STEVEN VANONCKELEN. Onze Westerse maatschappij is volledig gericht op een niet-duurzame consumptie: volle winkelrekken, reclame met Hollywood-sterren, competitie via sociale media, … Iedereen wordt constant gebombardeerd met producten en moet keuzes maken. Maar worden we er ook gelukkiger door? Deze consumptiepatronen zijn deels verantwoordelijk voor een stijgende ongelijkheid tussen arm en rijk. Is er een toekomst voor kleinschalige initiatieven die tegen deze stroom ingaan? Lees verder

Niet alleen artsen, ook onderzoekers redden levens

DOOR GRIET VAN DER PERRE. Toen ik 37 was, kreeg ik de harde diagnose: borstkanker. Dankzij de combinatie van klassieke kankertherapieën (chirurgie, chemotherapie, radiotherapie) én een nieuwe doelgerichte therapie (Trastuzumab) die afgestemd is op de eigenschappen van de tumor zelf, kreeg ik de best mogelijke behandeling. En een grotere overlevingskans dan lotgenoten die een aantal jaren eerder met eenzelfde tumor moesten afrekenen… Lees verder

Niet voor publicatie vatbaar

DOOR ILSE FREDERICKX. Als één van de redacteurs van de nieuwsdienst van de KU Leuven hos ik de hele unief af, altijd op zoek naar onderzoeksnieuws voor een volgend persbericht, Campuskrantartikel of online stukje. Ik geef toe dat er meer afstompende jobs zijn dan de mijne: een paar keer per week wetenschappers uitvragen over hun onderzoek, datgene wat de meesten toch het nauwst aan het hart ligt. Lees verder

Syrië: Erfgoed, onderdeel van het conflict

DOOR HENDRIK HAMEEUW. Een weinig belicht aspect van de burgeroorlog in Syrië is de rol die erfgoed er speelt. Het Syrisch fysiek cultureel patrimonium staat prominent op de UNESCO-lijsten. Syrië ligt in de regio waar schrift, urbanisatie en complexe samenlevingen gestalte kregen. Dit erfgoed maakt integraal deel uit van de identiteit(en) van haar burgers, tot welke (sub)groep ze ook behoren.

Geschreven door Hendrik Hameeuw, onderzoeker aan de Onderzoeksgroep Nabije Oosten Studies. Hij tweet via @HameeuwH.

pasfoto_Hendrik-Hameeuw-bloDe symbolische kracht en belang, die vanuit sommige van deze monumenten uitgaat, kan nauwelijks worden overschat. Het huidige militaire conflict kent er een desastreuze impact op:

  • Verwaarlozing geen noodzakelijk onderhoud meer.
  • Collateral damage (bvb. Aleppo, Idlib & Homs).
  • Bescherming, bevolking verschuilt zich in erfgoedsites.
  • Militaire strategie, strijdende partijen gebruiken erfgoedsites als uitvalbasis of schild.
  • Plundering archeologische sites en erfgoedcollecties.
  • Opzettelijke vernieling gebouwen met hoge symbolische waarde.

De laatste twee categorieën in het bijzonder katapulteren erfgoed naar de kern van het Syrische conflict.

Journalisten en hulpverleners actief in de grensgebieden van Syrië rapporteren voortdurend de aanwezigheid van ‘dealers’ die zich inlaten met alles dat geld kan opbrengen, van meel & sigaretten tot wapens & antiquiteiten. Doorheen deze verhalen blijkt dat deze trafiek in hoofdzaak in handen zit van grote, goed georganiseerde bendes die soms zelf volledig samenvallen met een fractie van één van de strijdende partijen.

Het is een publiek geheim dat het leegspitten van archeologische sites, de handel in oudheden en de wapenbevoorrading van de strijdende partijen in elkaar overvloeien. Wat enkele jaren terug (ook voor Belgische onderzoekers, waaronder ondergetekende) gewaardeerd bronnenmateriaal voor wetenschappelijke studies was, is vandaag gedegradeerd tot een inkomstenbron om de oorlogsmachine te financieren. Wereldwijd roepen organisaties, van UNESCO tot Interpol, dan ook op de handen van deze geplunderde oudheden af te houden. Maar hun geldelijke waarde, het gemak waarmee ze te smokkelen zijn (munten, beeldjes, zegels, …) en hun zeldzaamheid op wereldschaal maakt deze handel te aanlokkelijk. Vanwege de schaal waarop in Syrië geplunderd wordt, dreigt zelf een bijkomend effect: het conflict leidt tot plunderingen en de oudheden financieren het conflict, een dramatische vicieuze cirkel.

Krak_1000709

Qalaat el-Hosn: UNESCO Werelderfgoed in betere tijden. (c) Anne Everaert

Van een andere orde zijn de opzettelijke vernielingen van erfgoed. Al te vaak definieert men het Syrische conflict als een verdrukte bevolking versus haar dictatoriaal regime. Maar het conflict is verworden tot een burgeroorlog met interregionale dimensies, gevoed door eeuwenoude tegenstellingen en twisten. Bij vrede fungeren monumenten en vooral tombes, van belangrijke figuren uit dit verleden vol confrontaties, als stille getuigen. In tijden van oorlog worden ze (vergeldings)wapens. Zo vernietigden bvb. soenitische religieuze extremisten in mei 2013 de tombe van Hujr ibn Adi (metgezel van profeet Mohammed, aanhanger van Ali: een symboolfiguur voor de Sjiieten). Andere beelden op videosites en blogs getuigen dan weer van trotse strijders die met hun smartphones vastleggen hoe tombes en mausolea van Soenitische sleutelfiguren uit het verleden met explosies en doelgerichte destructies tot op grond vernietigd worden. De video’s worden begeleid door beledigende commentaren aan het adres van de beoogde tegenpartij en/of met gezangen van eigen ideologische slag. Deze acties moeten de vijand, met haar andere overtuiging, in het hart treffen.

Dit religieus erfgoed neemt zo een prominente rol in in de logica achter het Syrië conflict. Het vernielen van het erfgoed van de vijand moedigt strijders aan en demoraliseert de anderen. Daarenboven, het Midden Oosten heeft het geheugen van een olifant. Of wraakacties voltrekken zich nog tijdens dit conflict of binnen 50, 100 of 1000 jaar. In de vernielingen van vandaag, schuilt zo de kiem van nieuwe conflicten in de toekomst.

Waar is de wortel? Pleidooi voor een ‘honours programme’

DOOR MANUEL SINTUBIN. Bijna een klassieker bij de aanvang van het academiejaar is de opflakkerende discussie rond de teleurstellend lage ‘slaagcijfers’ van eerstejaarsstudenten aan de universiteiten, of correcter verwoord, de tegenvallende ‘studie-efficiëntie in de eerste studiefase van de driejarige bacheloropleiding’. En om deze ‘slaagcijfers’ te doen toenemen, kijkt men – tot op zekere hoogte terecht – doorgaans naar de instroom, met voorstellen gaande van niet-bindende oriëntatieproeven, ijkingstoesten, tot zelfs de toegang tot de universiteit beperken met bindende toelatingsexamens. 

Geschreven door geoloog Manuel Sintubin. Hij blogt over geologie en tweet via @ManuelSintubin.
© KU Leuven - Rob Stevens

© KU Leuven – Rob Stevens

Deze discussie kent ook telkens een voorspelbare ontknoping met het credo van de democratisering van het hoger onderwijs en dus het vrijwaren van de vrije toegang voor elke jongere tot een universitaire opleiding. Het maximaal haalbare lijkt een vrijblijvende test, waarvan men uiteindelijk de vraag kan stellen of het sop de kool waard is.

Maar eenmaal de student een universitaire opleiding aanvat, verwachten we eigenlijk niet veel meer van hem of haar. We vragen immers enkel dat de student credits verzamelt, 180 studiepunten voor een bachelordiploma, 60 of 120 voor een masterdiploma. En dit door, in het beste geval, een 10 op 20 te halen voor het bewuste vak, of zelfs, met inzet van toleranties, door een 8 of 9 op 20 te halen. De student mikt op de 10, dan weer met succes, dan weer niet. Soms lijkt het wel alsof de student een kansspel aan het spelen is. En blijkbaar lijkt de student ook meer en meer geen graten te vinden in dit streven naar middelmatigheid, zoals recent blijkt uit het pleidooi van Jeroen Van Baar in zijn boek ‘De Prestatiegeneratie’ (zie Prestatiegeneratie: “Streven naar de top maakt heus niet gelukkig, De Morgen, 25.01.2014).

Maar ligt het probleem ook niet ten dele bij ons? De student wordt immers niet meer echt uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen … en is dat nu net niet wat we aan de universiteit graag zouden zien gebeuren? In plaats van enkel naar het zo goed mogelijk oriënteren van de instroom te kijken om de studie-efficiëntie te verbeteren, moeten we misschien ook eens durven nadenken over een manier om de eerstejaarsstudenten een ‘wortel’ aan te bieden om zo goed mogelijk te presteren, en niet zomaar voor de 10 te gaan, maar om zich te onderscheiden (14/20), of zelfs meer. Hoe kunnen we de student intrinsiek motiveren om meer te doen wat strikt nodig is?

We zouden bijvoorbeeld vanaf de tweede of derde studiefase in de bacheloropleiding een honours programme kunnen aanbieden voor de best presterende studenten. Dit kan bijvoorbeeld onder de vorm van zeer aantrekkelijke minoren in de bacheloropleiding, zowel binnen de eigen discipline als over verschillende disciplines heen. Of in een latere fase kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een selectieve toegang tot specifieke onderzoeksmasters. Uiteindelijk halen alle studenten binnen een opleiding hetzelfde bachelor- of masterdiploma, of ze nu het ‘klassiek’ programma of het honours programme doorlopen. Maar de ‘wortel’ van een exclusief honours programme zou elke student moeten kunnen aanzetten om van bij de aanvang van zijn studies de lat voor zichzelf zo hoog mogelijk te leggen, zich te onderscheiden en excellentie na te streven. Want excellentie is nu eenmaal wat we aan een universiteit beogen, zowel in onderzoek als in onderwijs.

(c) KU Leuven - Rob Stevens

(c) KU Leuven – Rob Stevens

De waarheid achter het gratis bus verhaal

DOOR BART WOLPUT. Steve Stevaert lanceerde in het begin van deze eeuw het idee voor gratis openbaar vervoer. Een kostelijke onderneming met grote impact was bedoeld om het gebruik van het openbaar vervoer te verhogen en het autogebruik te verminderen. Met succes, de verkeersvraag voor openbaar vervoer is ontegensprekelijk geboomed, al is ook de verkeersvraag van de auto blijven stijgen. Mobiliteit is een recht geworden en blijft een noodzaak voor zowel sociale als economische ontwikkeling.

Geschreven door Bart Wolput. Hij is onderzoeker burgerlijk ingenieurswetenschappen in openbaar vervoer aan KU Leuven en UC Berkeley.

Bart Wolput kleinWe hebben in België echter de neiging om zwart wit en niet out-of-the-box te denken. De ene groep is absoluut tegen elke vorm van subsidiëring, de andere vindt dat we openbaar vervoer maximaal moeten subsidiëren. Voor de goede verstaander: alle soorten mobiliteit worden massaal gesubsidieerd. Of dit vanuit economisch standpunt altijd zinnig is, laat ik in dit stuk in het midden. Zo wordt vanuit de overheid een veelvoud geïnvesteerd in het autoverkeer via verlaagde lasten voor bedrijfswagens en hoge investeringskost van de auto-infrastructuur. Niemand stelt zich echter de vraag hoe we al deze subsidiekanalen best afstellen op elkaar. Er is een gebrek aan visie om te werken in de richting van een optimale verdeling van de beschikbare middelen. De verantwoordelijken staan elk in hun eigen hoekje en verbergen zich achter het feit dat de bevoegdheden van openbaar vervoer en autosubsidiëring versplinterd is over verschillende overheidsniveaus. Pure Kafka en toont aan hoe onverantwoordelijk we met onze publieke middelen omspringen.

Hoewel er nood is aan een grotere visie, ga ik dit opiniestuk echter beperken tot een betere organisatie van het openbaar vervoer. De kernvraag dient te zijn in het hele post-Stevaert verhaal: “Is gratis busvervoer altijd goed?”. Het antwoord is gemengd: ja en nee. Sta me toe het probleem te schetsen en een mogelijke oplossing aan te rijken.

Het in stand gehouden capaciteitsprobleem

In de spitsperiode hebben we te maken met een beperkte capaciteit, die in die periode overvol zit. Het is onaangenaam voor reizigers en deftig zitten op bus, trein, tram is vaak gewoonweg onmogelijk. De kostendekkingsgraad is echter hoog. Buiten de spitsen wordt de beschikbare capaciteit echter sterk “onderbenut” en werkt openbaar vervoer zwaar verlieslatend. Uitbreiden van de capaciteit in de spits is economisch moeilijk, want elk voertuig dat je nu nog bijkoopt staat buiten de spitsperiodes leeg rond te rijden of stil te staan. Dit is érg duur in aanwerving van deeltijds personeel, onderhoud en aankoop. Dat de werkomstandigheden van het personeel allesbehalve ideaal is door de versplinterde uren, dienen we ook in het achterhoofd te worden. Een groot probleem van onbeperkt gratis busvervoer is dat mensen in hun vrije tijd gebruik maken van de bus tijdens de spitsperiodes. De vraag, die we moeten stellen, is dat mensen in hun vrije tijd wel thuis horen in een spitsperiode waar we een gebrek aan capaciteit hebben. Kunnen we niet nadenken over een beter en even sociaal systeem? Waarom noemt men het “sociaal” om rond 8u gratis de bus te kunnen nemen als je dat buiten de spits om 9u ook kan doen? Is het reiscomfort niet voor iedereen belangrijk?

Niet afschaffen, maar herverdelen is de oplossing

De oplossing is zo simpel als een kleuter zou bedenken: we moeten de verkeersvraag efficiënt gaan verdelen over de dag. Prijssturing zoals gratis openbaar vervoer is hier een mogelijkheid toe. Een compromis dat meer mensen gratis openbaar vervoer geeft én minder kost dan het huidige systeem is:

  • 6u30 – 9u00 en 16u-18u30: Iedereen betaalt (een dynamische prijs is mogelijk). Voor kinderen kan nog een uitzondering worden gemaakt. Deze periode dient om de verkeersvraag van kinderen en werkmensen te bedienen.
  • Voor 6u30, tussen 9u00 en 16u, en na 18u30 is het gebruik van bus gratis of goedkoop voor iedereen.
  • Voor vakanties en weekends wordt een andere regeling opgesteld.

Met een dergelijk systeem stimuleer je mensen om wat later of vroeger te gaan werken. Mensen in hun vrijetijd kunnen nog altijd het openbaar vervoer nemen, maar dan enkel gratis buiten de spitsuren. Waarom zouden we dit doen? Het rollend materiaal en de werknemers zijn toch beschikbaar in de periode buiten de spitsen en worden sterk “onderbenut” en dienen te werken onder vaak slechte werkomstandigheden van flexibele uren. Doordat tal van mensen hun verplaatsing verplaatsen tot net na of net voor de spits omdat het gratis is, heb je uiteindelijk minder rollend materieel nodig voor eenzelfde service als nu. Dit werkt kostenbesparend. Met het vrijgekomen geld kunnen eventueel overvolle lijnen – waar mensen als sardientjes bijeen gepropt worden – beter bediend worden met extra capaciteit. Doorheen de dag zal de verkeersvraag dus groter worden en zal het voor De Lijn gemakkelijker zijn om ritten in te plannen en te organiseren. De verkeersvraag is immers meer constant. Diegene die bij piekvraag in de spits per se blijft rijden, zal ervoor betalen, want die bepalen in wezen de noodzaak aan en de kost van een welbepaald hoeveelheid rollend materieel en personeel.

Op naar het publieke debat over prijsdifferentiatie

Natuurlijk is het voorstel een suggestie en dient er nagedacht te worden over een sociale dienstverlening. Daarnaast moet er nog wat reken- en studiewerk verricht te worden wat de ideale prijsdifferentiatie is en of we dit kunnen doortrekken naar de trein. Het is in ieder geval een onomstootbaar feit dat prijsdifferentiatie tussen piek en dalvraag, de weg is dat we moeten opgaan voor het beter verdelen van de verkeersvraag en een verantwoordelijk sociaal gebruik van de beperkte publieke middelen. Alleen zo kunnen we de crisis rond het gratis verhaal oplossen, meer mensen op duurzame wijze vervoeren, de kostendekkingsgraad verbeteren, de verkeersvraag slimmer aanpakken en de werkomstandigheden voor het personeel verbeteren. Uiteraard allemaal wel afgewogen in “the bigger picture” van alle vervoersmodaliteiten.

De Lijn - studentenbuspas